GSES Circular Footprint Certificatie

De Circular Footprint (CF) is onderdeel van het GSES Sustainable Product Footprint
certificatie schema. De CF is gebaseerd op bestaande standaarden zoals de Material
Circularity Indicator (MCI) van de Ellen MacArthur Foundation, de Material Reutilization ratio
van Cradle to Cradle en de losmaakbaarheidsindex van Dutch Green Building Council. GSES
heeft daarbovenop nog toevoegingen gedaan waarmee het een certificeerbare standaard is
geworden.

 

Data & indicatoren

In de CF van GSES worden, afhankelijk van het niveau van certificering de volgende
indicatoren gemeten en gegevens geregistreerd:

• Circulariteit van inputstromen (in massa %): grondstoffen van recyclede,
hernieuwbare of biobased herkomst alsmede hergebruikte grondstoffen;
• Circulariteit van outputstromen (in massa %): geschiktheid voor recycling, hergebruik
of compostering;
• Losmaakbaarheidsindex voor bouwmaterialen;
• Verklaring van de technische levensduur van het product;
• Een recycle paspoort;
• NFC-tag met instructie voor recyclingbedrijven;
• Een circulaire verbeter strategie;

 

Data output

 

Vanuit de in- en outputstromen wordt een CF-index berekend. Daarbij telt zowel de input- als
de outputstroom even zwaar mee. Bij een CF-index van 100 is de circulaire footprint
maximaal: volledig circulaire input en output. Als voor het product geen eindelevenscyclus
scenario is te bepalen, dan wordt alleen de inputstroom genomen voor de index. De
inputstroom weegt dan voor 100% mee en de het betreft dan een CFx index die daarmee
ook van 0 tot 100 gaat. Belangrijk item bij de berekening is de onderbouwing van de
percentages. Elke percentage moet degelijk onderbouwd worden, er dient bewijslast
meegeleverd te worden. Het percentage van de circular footprint is de uitslag van de CF
score.

 

Classificering

De classificeren is een additioneel datapunt met minimale eisen per klasse. De certificering
heeft een opbouwende classificering volgens onderstaand schema:
Schema CF-certificatie Class 1 Class 2 Class 3
Samenstellen van een geverifieerde Bill of Materials • • •
Berekening van de CF or CFx index • • •
Resultaat van de CF of CFx score >50% >75% >90%
Losmaakbaarheidsindex (alleen bouwmaterialen) >60% >80%
Onderbouwing van de technische levensduur • • •

 

Overkoepelend informatie label

 

De CF hanteert een vrijstellingsmethode waarbij alle bestaande product certificaten die de
datapunten meenemen die ook in de CF wordt gemeten, kunnen worden ingebracht als
punten (vrijstellingen op bepaalde datapunten omdat er al een certificaat is afgegeven op
basis van een onafhankelijke audit). De product certificaten die een product al heeft worden
ten alle tijden weergegeven op de product scorecard (zolang de score geldig is.
Online platform: Digitaal assessment, scorecard & database
Alle data input van de Circular Footprint Certificering is geautomatiseerd in het GSES
platform d.m.v. digitale assessments, BoM invoer en bewijslast uploads. Alle producten die
gemeten worden met de Circular Footprint ontvangen een digitale online scorecard. Deze
scorecard kan openbaar worden gezet in de GSES database, gebruikt door corporates, MKB
bedrijven en publieke organisaties om duurzame suppliers te zoeken en selecteren.
Beheer & Governance van het certificatie schema
De Circular Footprint Standard wordt beheert door het Nationaal Duurzaamheid Instituut.
Het Nationaal Duurzaamheid Instituut heeft een Technisch committee, Board of Experts en
een harmonisatie committee om het certificatie schema te monitoren en onderhouden.

 

Verificatie & Certificering

De Circular Footprint Certificering wordt uitgegeven door onafhankelijke certificerende
instellingen zoals Control Union, KIWA, TMS etc. Als er sprake is van een externe audit
(volgens de ISO 17021). De Circular Footprint desk verification wordt uitgegeven door
onafhankelijke certificerende instellingen zoals Control Union, KIWA, TMS etc. Als er sprake is
van een desk audit (volgens de ISO 17029).

Voor meer informatie: www.gses-system.com

 

Currently, an ISO standard for biodiversity is being developed. Until its formal publication, the GSE-pillar aligns with the UN standard just mentioned and the ISO High Level Structure.

 

Key topics are:

  • Impact of production of food, fibre and fuel on species and ecosystems
  • Extinction risks and critical habitats (how endangered are species and what are the conditions they rely on)
  • Influencing the supply chain to prevent ecosystem destruction

By working on the Biodiversity Pillar of GSE-Standard, the organization can contribute to the realization of the following SDGs: 2, 6, 12, 13, 14, 15, 17.

 

2. Biodiversity Pillar content

 

Context Analysis, Stakeholders, Risk and opportunities

 

The CO2 Pillar checks context analysis in the same way as the other pillars:

  • Issues (both internal and external) related to CO2 and the value chain need to be analysed.
  • The organization should identify the stakeholders who are directly or indirectly involved.
  • After the context and stakeholder analysis, CO2 specific risks and opportunities should be addressed

 

Leadership

 

The Pillar checks if management is committed and shows leadership with regard to Biodiversity.

 

Planning

 

According to this standard, a company’s policy must include:

  • the relationship between biodiversity and the organization’s vision, mission and strategy
  • global and national biodiversity trends and relevant policy developments
  • concrete goals for improving biodiversity, globally and/or nationally
  • the importance of identifying and involving internal and external stakeholders in the policy and actions for biodiversity
  • the importance of identifying the direct impacts of the organization on biodiversity as well as the indirect impacts via the supply chain and customer base
  • communicating about biodiversity with suppliers and customers

 

Furthermore, the pillar checks if an organization:

  • has made an inventory of, and prevents and limits, the actual and potential adverse effects of the organization on biodiversity:
  • is actively involved in biodiversity action for specific areas in the supply chain (e.g. via biodiversity covenant, Biodiversity Action Plan, Biodiversity Management Plan)

 

Support

 

In the GSE standard, attention is paid to active involvement in biodiversity action for specific geographical areas, the adoption of specific and suitable supporting tools for managing biodiversity and impacts on biodiversity (e.g. education, impact assessment), and to communication about biodiversity with various stakeholders.

 

Operation

 

For operational aspects, organizations are asked to show:

  • the percentage of their turnover created by selling products or services that are demonstrably beneficial for biodiversity,
  • and the degree to which they have implemented conditions relating to biodiversity into contracts with suppliers and supply chain audit effort.
  • other specific measures and projects for improving biodiversity, e.g. . projects to improve biodiversity on the company sites or in the public space.

 

Evaluation and improvement

 

The GSE pillar on biodiversity checks of biodiversity impacts are in fact measured, monitored and assessed with specific, suitable and quantitative targets for:

  • Company sites/terrains, according to the IPC method.
  • Direct company impacts resulting from company processes
  • Impacts in the supply chain

Last but not least, organizations must show that they draw conclusions from the biodiversity assessment and work towards continuous improvement on the basis of the assessment.

Translate