GSES: “één uniforme taal voor de duurzame bouwsector”
Nieuws
GSES: “één uniforme taal voor de duurzame bouwsector”
“Het spreken van één gemeenschappelijke taal is essentieel op weg naar een duurzame sector”, zei Kelly Ruigrok, CEO en oprichter van GSES, eerder tijdens het drukbezochte Duurzaamheidsevent waar de samenwerking werd bekrachtigd.
Onderdeel van deze samenwerking is de oprichting van de Sustainabuild Collectief fundering. “In de bouw weten we allemaal hoe lang een meter is en hoe zwaar een kilo is. Maar als je vraagt naar de duurzaamheid van materialen, krijg je tien verschillende antwoorden. Het is tijd om de handen ineen te slaan en tot een uniforme standaard te komen”, zegt Roel Laban, directeur van de nieuwe stichting. In deze rol is Laban het eerste aanspreekpunt en verantwoordelijk voor het opbouwen en uitbreiden van de stichting.
Het eerste bestuur van Sustainabuild Collective is nu gevormd en bestaat uit Lex Hemels (Veris), Olaf de Boer (Zevij-Necomij), Dries Bauwens (Asamco) en René van het Hof (TABS).
Eén gemeenschappelijke taal
Sustainabuild Collective is een stichting zonder leden. Haar belangrijkste doel is helder: samen met het GSES-platform ervoor zorgen dat duurzaamheidsclaims van organisaties worden ondersteund door betrouwbare en geverifieerde gegevens.
Laban: “We werken aan een standaard die de duurzaamheid van materialen en producten eerlijk en consistent meet in de hele bouwsector. Dit zorgt ervoor dat fabrikanten, distributeurs, opdrachtgevers en aannemers niet langer langs elkaar heen werken, maar samen kunnen werken om de sector duurzamer te maken.”
Gelijk speelveld
Volgens Laban is het standaardiseren van duurzaamheidsgegevens essentieel om een gelijk speelveld te creëren.
“Alle belanghebbenden in de markt profiteren hiervan. Met onze standaard kunnen producenten hun duurzaamheidsclaims vereenvoudigen. Eén platform met alle data voor aangesloten groothandels in de Benelux betekent dat producenten niet langer apart aan meerdere handelspartners hoeven te rapporteren.”
Voor bouwgroothandels is een groot voordeel de mogelijkheid om gemakkelijker te kiezen voor een duurzamer productaanbod, zonder dat zij eigen meetmethoden hoeven te ontwikkelen. Dit maakt de leveranciersselectie en samenwerking een stuk efficiënter.
Voor aannemers biedt het platform duidelijke en uniforme duurzaamheidsgegevens. Laban: “Ongeacht bij welke aangesloten groothandel ze inkopen, is tijdrovend onderzoek niet langer nodig. Ze kunnen vertrouwen op betrouwbare, vergelijkbare informatie.”
Huis van Duurzaamheid
Sustainabuild Collective gebruikt het GSES-platform om zowel de duurzaamheidsprestaties van de organisatie van leveranciers als hun producten in kaart te brengen.
Hiervoor heeft GSES de “House of Sustainability” ontwikkeld, die al in meerdere sectoren wordt toegepast. Deze benchmark vertaalt meer dan 500 internationale ESG-certificeringen naar onderliggende KPI's en maakt ze vergelijkbaar.
“In de benchmark onderscheiden we zes pijlers op organisatieniveau en drie op productniveau”, legt Ruigrok uit. “Bestaande certificeringen van leveranciers kunnen daardoor binnen het GSES-platform worden gebruikt om de duurzaamheidsprestaties aan te tonen.”
Gevalideerde productgegevens
Producten worden binnen GSES beoordeeld op hun ecologische en circulaire voetafdruk, evenals op hun impact op de gezondheid.
“Alle data binnen deze pijlers zijn niet alleen gestandaardiseerd, maar ook gevalideerd en daarom betrouwbaar. Met GSES werken we eraan om datapunten zichtbaar te maken die specifiek relevant zijn voor de bouw en industrie”, benadrukt Laban.
Sustainabuild Collective richt zich met name op de ecologische voetafdruk, gebaseerd op gegevens uit de Levenscyclusanalyse (LCA). Dit is cruciaal gedurende de gehele waardeketen, omdat het eerlijke vergelijkingen mogelijk maakt die werkelijk appels met appels vergelijken. Het sluit ook aan bij specifieke bouwregelgeving in Nederland en de EU.
Tien pioniers
In aanloop naar de oprichting van Sustainabuild Collective hebben tien bouwgroothandels en inkooporganisaties zich gecommitteerd aan het initiatief. Deze pioniers zijn onder andere Zevij-Necomij, Veris, Bouwcenter, De Stiho Groep (DSG), Grafton (moederbedrijf van Isero en Polvo), Bouwmaat, 4Plus, TABS Holland (moederbedrijf van PontMeyer en Jongeneel), Asamco, Meno en Copagro.
Laban: “We zijn bewust begonnen met groothandels, aangezien zij de schakel vormen tussen fabrikanten en aannemers.”
Nu de basis is gelegd, is de focus gericht op het verbinden van meer belanghebbenden binnen de bouwwaardeketen.
Gegevens toegankelijk maken
“We richten ons nu ook op het onboarden van fabrikanten. Samen met de brede vertegenwoordiging van groothandels die hun private label producten in GSES zullen uploaden, kunnen we grote stappen zetten.”
Fabrikanten die zich bij het initiatief aansluiten, wordt gevraagd hun gegevens te delen via het GSES-platform.
“Deze duurzaamheidsdata kan met toestemming van de leverancier via API's direct in ERP- of PIM-systemen van inkooporganisaties worden verspreid. GSES integreert met systemen zoals EZ-Base, IB of 2BA om data verder te ontsluiten. Belangrijk is dat fabrikanten altijd zelf bepalen welke data wordt gedeeld en met wie,” legt Laban uit.
Een benchmark in beweging
Vervolgens staan er gesprekken gepland met de 25 grootste bouwbedrijven van het land.
“We willen het platform introduceren en hun behoeften begrijpen. Dit zal ons helpen de benchmark continu te verbeteren”, aldus Laban.
Hij verwacht dat de benchmark zich continu zal ontwikkelen, mede door veranderende regelgeving.
“We gebruiken de GSES-standaard als basis om samen met de hele bouwketen een sector-specifieke duurzaamheidsstandaard te ontwikkelen. Via de stichting beogen we deze dialoog voortdurend te faciliteren.”
GSES
Kelly Ruigrok opgericht GSES in 2019.
“Mijn ambitie is om de wereld te veranderen – om deze beter te maken en in goede staat achter te laten voor toekomstige generaties. Ik realiseerde me dat de wereld draait op standaarden en gevalideerde kaders. Maar op het gebied van duurzaamheid waren er zoveel standaarden dat het onmogelijk werd om de weg te vinden. Dat leidde tot het idee om één uniforme meta-standaard te creëren voor duurzaamheidsgegevens op alle niveaus.”
Alle duurzaamheidsgegevens binnen het platform worden onafhankelijk geverifieerd door Audit Independer, dat de certificerende instanties en auditors beheert waarmee GSES samenwerkt. Alle audits en verificaties worden uitgevoerd door certificerende instanties onder toezicht van de Nederlandse Raad voor Accreditatie.
De volgende stap was de lancering van het GSES SaaS-platform, dat liet zien wat duurzaamheid werkelijk betekent en hoe organisaties kunnen samenwerken om impact te creëren. Vandaag de dag wordt het platform wereldwijd in tal van sectoren gebruikt.
Het GSES-team opereert vanuit Rotterdam en bedient klanten wereldwijd, waaronder Schiphol, de Europese Commissie, Xenos, A.S. Watson, Transdev en ABN AMRO.
“GSES ondersteunde de World Expo Dubai in 2020 – het eerste evenement dat op duurzaamheid werd gemeten. In de evenementenbranche werken we ook samen met locaties zoals de Johan Cruijff ArenA en meten we concerten en wedstrijden zoals Coldplay en KNVB, evenals grote evenementen zoals SAIL Amsterdam 2025.
Samen met Xenos hebben we een product impactscore gelanceerd die geverifieerde productgegevens levert over drie duurzaamheidsaspecten: circulair, gezondheid en milieu. Deze gegevens worden ook weergegeven in winkels en online kanalen van deelnemende retailers, waaronder merken van A.S. Watson zoals Trekpleister en Kruidvat.
Met Sustainabuild-partners werken we aan dezelfde impact in de bouwsector – groothandels en doe-het-zelfzaken in staat stellen de brug te slaan tussen fabrikanten en eindklanten, en hen te begeleiden naar duurzamere keuzes,” aldus Ruigrok.
Sustainabuild Collectief
[email protected]
www.sustainabuildcollective.nl
Deel dit bericht

